Achter in de houtopslag ligt nog een rij blokken. Ooit netjes gestapeld, daarna verdwenen achter de volgende levering. Inmiddels zijn ze grijs, zit de schors los en weet niemand meer uit welk jaar ze komen. Kunnen die nog de kachel in?
Brandhout heeft geen vaste houdbaarheidsdatum. Goed opgeslagen hout kan jarenlang bruikbaar blijven. Ook bij een voorraad van vijf of tien jaar oud geeft de leeftijd op zichzelf geen reden om alles weg te doen. Je wilt vooral weten of het hout onbehandeld, droog en nog in goede staat is.
Dus pak niet meteen de kruiwagen richting afvalhoop. Pak eerst een paar blokken uit verschillende delen van de stapel. Hieronder lees je waar je op let, wat je moet meten en wanneer je een blok beter apart legt.
Dit vertelt de buitenkant van je oude voorraad
Een oude stapel kan er behoorlijk doorleefd uitzien. Gebruik deze tabel als eerste selectie; daarna controleer je ook de binnenkant.
|
Wat zie je |
Wat kan er spelen |
Wat doe je |
|---|---|---|
|
Grijs oppervlak |
Verwering door weer en zon |
Controleer de kern; kleur alleen is geen afkeur. |
|
Scheuren in de kopse kant |
Het hout is gekrompen bij het drogen |
Meet het vocht; scheuren bewijzen niet dat het nu droog is. |
|
Stevig hout dat vochtig is |
Onvoldoende droging of opnieuw nat geworden |
Apart laten drogen en opnieuw meten. |
|
Zacht, sponsachtig of verkruimelend hout |
Mogelijke houtrot |
Niet als brandhout gebruiken. |
|
Zichtbare schimmel |
Schimmelgroei op of in het hout |
Apart leggen; niet stoken. |
|
Verf, plaatmateriaal of onbekende behandeling |
Mogelijk ongeschikt afvalhout |
Niet in de kachel. |
Controleer je oude brandhout in vier stappen
1 Begin bij de herkomst
We hebben het hier over gekloofde stammen en takken van onbehandeld hout. Een oude schutting, geverfde balk of kastplank hoort daar niet vanzelfsprekend bij. Staatsbosbeheer adviseert om nooit geverfd, behandeld of geïmpregneerd hout te stoken. Ook gelijmd plaatmateriaal is ongeschikt.
Heb je een houtvoorraad bij een woning overgenomen? Vraag zo mogelijk wat erin ligt. Zoek bouwresten en verdachte planken eruit. Jaren in een schuur maken een onbekende behandeling niet ongedaan. Kun je de herkomst niet vaststellen en vermoed je behandeld hout, gebruik het dan niet als brandstof.
2 Bekijk meer dan de voorste rij
Een mooi blok aan de voorkant vertelt weinig over de onderste laag achterin. Maak daarom een kleine steekproef: kies blokken van boven en onder, aan de buitenkant en verder in de stapel. Neem ook een dik blok mee, en eentje uit een plek waar regen bij kon komen.
Haal ze er veilig uit zonder de stapel te ondergraven. Zie je op één plek problemen, beoordeel dat deel apart. Je hoeft niet meteen de hele voorraad af te schrijven, maar één goed blok is ook geen vrijbrief voor de rest.
3 Kloof een blok en bekijk de structuur
Een grijze buitenkant kan ontstaan door verwering. Zonlicht en neerslag veranderen het oppervlak van hout; die verkleuring bewijst op zichzelf geen rot. Ook een verweerd blok kan vanbinnen nog stevig zijn.
Kloof een paar geselecteerde blokken opnieuw. Bekijk het verse binnenvlak en let op de structuur. Wordt het hout sponsachtig, valt het gemakkelijk uiteen of brokkelt het in kleine stukken af? Dat zijn signalen van aantasting. Sommige vormen van rot maken hout bruin en bros; andere juist bleek en vezelig. Je hoeft de schimmelsoort niet te herkennen om een duidelijk aangetast blok apart te leggen.
Alleen even naar de kleur kijken is dus te weinig. Stevigheid, zichtbare aantasting en vocht vormen samen een veel bruikbaardere controle.
4 Meet het vocht op een vers kloofvlak
Een blok kan jaren oud zijn en toch te vochtig om te stoken. De EPA adviseert voor brandhout een vochtgehalte onder 20 procent. Meet dat met een houtvochtmeter, niet op goed geluk.
-
Kloof het blok vlak voor het meten en meet op het verse binnenvlak. Alleen de buitenkant meten geeft onvoldoende inzicht in de kern.
-
Meet op meerdere plekken en herhaal dit bij verschillende blokken uit je steekproef.
-
Volg de handleiding van je meter voor de plaatsing van de meetpennen en een eventuele houtsoortinstelling.
-
Let op de houttemperatuur. Erg koud hout kan bij een elektrische vochtmeter een te lage waarde geven; volg de temperatuurcorrectie of meetvoorwaarden van het apparaat.
De meetadviezen volgen de EPA-richtlijn. Voor meer uitleg over de meting kun je verder lezen in hoe droog haardhout moet zijn.
Een lage vochtmeting keurt hout niet automatisch goed. Daarmee heb je alleen het vocht beoordeeld. De controles op herkomst, schimmel en aantasting blijven nodig.
Schimmel en houtrot vragen om een andere beoordeling
Oppervlakteschimmel veroorzaakt vaak vooral verkleuring; houtrot breekt houtbestanddelen af en verzwakt de structuur. Beide kunnen naast elkaar voorkomen. Een witte plek vertelt dus nog niet precies wat er in het blok gebeurt.
Dat onderscheid is geen reden om beschimmelde blokken toch op te stoken. De EPA raadt het verbranden van beschimmeld en verrot hout af. Leg zulke blokken apart van je bruikbare voorraad.
Ga een beschimmelde partij ook niet in de woonkamer uitzoeken of afborstelen. Bij het hanteren kunnen sporen vrijkomen, zelfs nadat het hout is opgedroogd. Cooperative Extension adviseert schoon, droog brandhout te gebruiken en beschimmelde stukken eruit te sorteren.
Drogen herstelt een aangetaste houtstructuur niet. Besteed je droogruimte aan stevige, schone blokken die alleen nog te vochtig zijn.
Verliest brandhout na jaren zijn warmte
Een vuistregel als ‘na vijf jaar levert brandhout nog maar de helft op’ kun je niet gebruiken. Goed opgeslagen hout kan zijn kwaliteit langdurig behouden.
Vocht kost warmte: een deel van de energie gaat op aan het verdampen van water. Ook de hoeveelheid droge houtmassa per volume telt mee voor de warmteopbrengst. Dat verklaart waarom rot nadelig is: door de afbraak kan binnen dezelfde buitenafmetingen minder bruikbare houtmassa overblijven.
Ga twijfelachtige blokken daarom niet ‘even opmaken’ door ze tussen goed hout te leggen. De Brandweer noemt vochtig en rot hout als factoren die bijdragen aan creosoot, een brandbare afzetting in het rookkanaal. Een paar goede blokken erbij veranderen de toestand van de slechte niet.
Twee oude stapels die om een andere beslissing vragen
Stel dat je deze twee voorraden tegenkomt. De voorbeelden zijn illustratief; de genoemde leeftijden zijn geen keuringsgrenzen.
Stapel A ligt er al acht jaar. De blokken lagen onder een dak, vrij van de grond. Je weet dat het onbehandeld hout is. De buitenkant is grijs, maar de onderzochte blokken zijn stevig en schoon. Op verse kloofvlakken meet je onder de 20 procent. De leeftijd alleen is dan geen reden om deze voorraad af te schrijven.
Stapel B ligt er twee jaar. De onderste rijen lagen in natte aarde. Sommige blokken zijn sponsachtig, andere hebben zichtbare schimmel. Die stukken leg je apart. Schone, stevige blokken die bij de vochtcontrole nog te nat blijken, laat je verder drogen voordat je ze opnieuw beoordeelt.
Wat doe je met het hout dat nog goed is
Maak bij het uitzoeken drie aparte groepen: bruikbaar, nog te drogen en ongeschikt. Gebruik desnoods drie plekken naast de opslag. Zo belandt een twijfelblok niet ongemerkt weer tussen het goede hout.
Hout dat verder moet drogen, bewaar je van de grond en beschut tegen neerslag, met lucht langs de zijkanten. Pak een vochtige partij niet rondom in plastic. Hoe snel de blokken weer bruikbaar zijn, hangt af van hun uitgangstoestand en de droogomstandigheden; controleer opnieuw in plaats van een vaste wachttijd aan te houden. Meer over de inrichting lees je bij haardhout opslaan.
Houd de goedgekeurde oude voorraad bereikbaar en zet nieuwe leveringen apart. Een eenvoudig kaartje met het jaar van ontvangst helpt bij het overzicht. Schrijf er eventueel ‘nog meten’ op bij een partij die verder droogt. Dat scheelt volgend seizoen opnieuw speurwerk.
Was het hout ooit ovengedroogd? Dan geldt dezelfde controle. Gedroogd hout kan bij veranderde opslagomstandigheden opnieuw vocht opnemen. Het etiket van toen vervangt de meting van nu niet.
Blijft er na het uitzoeken te weinig over
Gebruik eerst wat nog goed is en vul aan wat je mist. Bij Houtjewarm kun je je voorraad aanvullen met ovengedroogd haardhout. Dat is een praktische optie als een deel van je oude voorraad nog moet drogen en je op korte termijn bruikbaar hout nodig hebt.
Tel bij het bepalen van je bestelling alleen hout mee dat droog, schoon en stevig is. Een volle houtopslag is fijn; weten welk deel je werkelijk kunt gebruiken is nog fijner.
